Van doek naar papier

 

Over mijn werk

Op een manier heeft papier altijd al een deel uitgemaakt van mijn werk. De foto's die ik gebruik worden geprint op een papieren drager en vervolgens op mijn doek gekleefd om vanuit een fotocollage de compositorische basis van mijn werk te leggen en van daaruit verder gevormd te worden met acrylverf, olieverf, graffiti, kleurpotloden & oliepastels. Men kan het titelgewijs categoriseren onder "mixed media" hoewel die naam mij steeds doet denken aan knutselwerkjes waarbij de nadruk eerder wordt gelegd op het gebruik van de diverse technieken binnen één kader en men het contrast tussen die technieken accentueert. Mijn doel is vooral om één concreet beeld te vormen waarbij de diverse technieken samensmelten en ze elk hun specifieke eigenschap bijdragen aan het creëren van dat beeld zonder van elkaar afgebakend te zijn. 

Veelal noem ik mijn werken "schilderijen" omdat 99% van het uitvoeren bestaat uit schilderen, maar gezien ik het gebruik van de foto's niet kan of wil ontkennen heb ik ze voor alle duidelijkheid "fotocollage-schilderijen" gelabeld. De fotocollage is onmisbaar in mijn werk en is als een constante overeind gebleven gedurende de laatste 14 jaar. Wat doorheen de jaren wél evolueerde was mijn manier van schilderen. Meer dan de fotocollage, die steeds een kubistische vorm bleef aanhouden door de combinatie van diverse perspectieven. Vroeger schilderde ik eerder fragmentair. Daar waar er foto's leken te ontbreken, voegde ik stukjes schilderij toe. Die schilderijtjes konden zowel geabstraheerde als expressionistische verlengden zijn van de foto's maar naarmate mijn stijl evolueerde, kreeg het schilderen, en vooral de metier ervan, meer belang. Invloeden van post-impressionistische grootmeesters zoals Munch & Van Gogh hadden een grote inspirerende invloed maar veel dichter bij huis mag de invloed van mijn vader zeker niet vergeten worden. Doorheen zijn veelzijdige oeuvre gevuld met expressionisme, fauvisme en minimalistische abstractie, hield hij zich op de achtergrond gedurig bezig met een impressionistisch realisme. Deze stijl werd vooral in leven gehouden dankzij zijn beroep als leraar schilderkunst, alwaar hij de metier moest blijven onderwijzen. De laatste 10 jaar kwamen deze realistische werken steeds meer op de voorgrond en werden ze sterker qua kleurgebruik. Ultramarijnen, turquoisen, oranjes en karmijnen kwamen tevoorschijn in gedeeltes waar ze in realiteit niet aanwezig waren, maar waar ze desalnietemin het werk een energieboost gaven. Een manier van werken dat ik gretig heb overgenomen in mijn eigen kleurgebruik en dat een plezante vrijheid met zich meebrengt tijdens het werkproces. Zijn goede raad is dan ook nog steeds: "Durf te durven".

Contrasten & smaken

Ik hou van contrasten en dat geldt doorheen alle kunstvormen. Dat gaat van de onverwachte wendingen in een Pixies-nummer tot het smakenpalet van een goede martino met zoute ansjovis, zure ajuintjes, zoete ketchup, pikante tabasco, mosterdige mosterd en koude preparé in een warm broodje. Contrasten houden ons wakker want ons brein moet een afstand afleggen tussen het verschil in smaken, melodieën of kleuren. Het moet een evenwicht vinden tussen uitersten en is daardoor constant in beweging. Stoofvlees met frietjes & mayo(n)naise mag men niet pureren want ook al blijven de ingrediënten dezelfde, men ontneemt het gerecht haar contrast. Hetzelfde is van toepassing bij schilderijen. Ook al menen de charlantans dat hun afzichtelijke, decoratieve tableaus evenwaardig zijn aan alle andere schilderijen, dankzij de joker-kaart die stelt dat "smaken verschillen". Men vergeet dan echter dat smaken nog steeds naar iets moeten smaken. Een zichzelf respecterende chefkok proeft ook eerst van zijn eten vooraleer hij het naar de zaal stuurt en zal er voor zorgen dat die precieze smaak die bij hem een bepaalde sensatie teweeg brengt, kan opgenomen worden door de klant. Die attitude meet ik mezelf ook aan. Vooraleer mijn werk haar veilige habitat van het atelier mag verlaten, zal het meermaals geproefd en aangepast zijn, zodat ik het mijn naam durf laten dragen en het bestand is tegen kritiek. Het is trouwens iets heel magnifieks om telkens als allereerste ter wereld een afgewerkt schilderij te kunnen aanschouwen. De paadjes binnenin een werk (en ik heb het weer over die contrasten die ons brein in beweging houden en binnen een schilderij tot uiting komen in de bewegingen van onze ogen, die door diverse knooppunten en plotse interesses van hier naar daar bewegen en focussen) worden voor de eerste keer bewandeld door de kunstenaar zelf en de niet-verbale dialogen worden voor de eerste keer gevoerd, hoewel die uiteraard tijdens het maken van het werk al beetje bij beetje toegevoegd werden. Eenmaal ik de knop heb omgedraaid en het werk als "af" beschouw, kan het dus in openbaarheid worden gebracht, en voor elke kunstenaar is dit een gevoelig moment: een combinatie van bang loslaten en trots naar buiten brengen want "Everyone's a critic". Zolang mijn doek in de beschermende cocon van het atelier stond was het veilig en slechts gevoelig aan mijn kritisch oog, waar vervolgens nog in alle rust kon aan worden bijgeschaafd, maar eenmaal daarbuiten moet je ervoor hebben gezorgd dat het sterk genoeg is om op haar eigen benen te staan. Je kan het vergelijken met de eerste schooldag van je kind: je kan het niet langer 100% beschermen, maar hoopt dat je het zichzelf hebt leren beschermen. 

De reproductie

De laatste jaren zocht ik naar een manier om mijn werk bereikbaarder te maken voor iedereen. Mensen die het zichzelf hebben afgeleerd om te kijken, gaven me in het verleden wel eens de goede raad om "toegankelijkere" thema's te kiezen dan die vuile vervallen industrie. Toegankelijkheid wordt bij dat soort mensen ook verward met voorspelbaarheid. De tenenkrommende kitsch die wordt beschouwd als "niet te moeilijk maar toch kunstig" is de fastfood van de kunstwereld, en daarmee beledig ik zelfs fastfood want bijtijd kan dat wel eens smaken en fluorescerende Mickey Mouses of huilende clowns nooit. Op een manier vind ik trouwens dat mijn werk toegankelijker is dan die kitsch, aangezien het niet vastgeketend hangt aan cliché thematieken waarbinnen elke mogelijke eigen interpretatie verdrongen wordt door de verwachtte invulling van de massa.
Ik vind niet dat mijn thematiek de toegankelijkheid ervan blokkeert. Wat wél valt te begrijpen is dat het aankopen van een origineel kunstwerk een grote stap kan zijn voor sommigen.  Werken in gelimiteerde oplagen zijn reeds eeuwen een manier om het aanschaffen van een kunstwerk toegankelijker te maken. Albrecht Dürer was de eerste die in de 15e eeuw zijn gravures in massaproductie uitbracht en zelfs wereldwijd verspreidde. De populaire thema's waren toen exotische dieren (die nog niet in de zoo te bezichtigen waren) en religie. Als kunstenaar was men destijds eerder een ambachtsman die een productielijn volgde, dan de creatieve geest die zichzelf in z'n werk kon leggen. Desalnietemin vond Dürer een stiekeme manier om zijn eigenheid vast te leggen en massaal te verspreiden. Eén van zijn populairste gravures was namelijk een zelfportret van de kunstenaar, alleen wisten zijn klanten niet dat ze een portret van Dürer kochten, aangezien hij met zijn lange baard en haren nogal op Christus leek. 
De kunst van de reproductie kent verschillende facetten en uitvoeringen met individuele gradaties in kwaliteit. Het fotografische aspect van mijn werk zorgde er echter voor dat klassieke reproductietechnieken zoals gravure en zeefdruk moelijk toe te passen waren. Er is slechts één manier om een eervolle reproductie van mijn werk te maken en dat is door een professionele foto van het werk in hoge resolutie af te drukken op duurzaam materiaal. In het verleden liet ik al enkele multiples maken bij gespecialiseerde bedrijven, maar omwille van de opstartkosten werd ik genoodzaakt om meteen volledige reeksen te laten drukken. Eén van deze multiples was "Markies". 




 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De goesting om zelf controle te hebben over mijn reproducties groeide en dankzij het advies van een bevriende kunstfotograaf, Steven Vijverman, kwam ik in contact met fine art printing dat de laatste jaren een grote technologische evolutie onderging. De printers worden vooral gebruikt voor duurzame én lichtechte archivering en bieden de mogelijkheid om te printen op een ruim aanbod van hoge kwaliteitspapieren, zo ook speciaal gecoate aquarelpapieren met hoge grammages. Dit opende ineens een hele wereld vol nieuwe mogelijkheden.

Originele werken op papier

De mogelijkheid om meteen te tekenen op reeds bedrukte papieren is iets waar ik al lang naar op zoek was. Bij mijn schilderijen wacht ik tot wanneer de verf droog is, om daarna met kleurpotloden en oliepastels af te werken. Het is een droge techniek die veel extra nuances kan toevoegen en een aangename vrijheid biedt. Die droge technieken wilde ik al langer uitproberen op papier, maar de papieren van laserprints zijn te glad en doen afbreuk aan de werkwijze met potloden en oliepastels. 
Een klein zeefdruk-experiment waarbij ik een Warhol-esque zwarte zeefdruk met zwarte fotopixels over kleuren plaatste, om ze daarna bij te werken, faalde falikant en joeg me snel weer naar de ezel en weg van de gedachte om zelf afdrukken te maken. De zeefdruk-versie bevatte niet langer de diepte & details van een echte foto waardoor ik gewezen werd op het feit dat echte foto's onmisbaar waren voor de eigenheid van mijn werk en de combinatie van technieken die ik toepas. Het was dus belangrijk om de foto's duidelijk zichtbaar te houden in een afdruk. Anders zou de kracht verloren gaan. 

Daarom bleek de fine art printer de gedroomde oplossing te zijn. Hoge resolutie foto's kunnen in prachtige kwaliteit op stevige vellen papier gedrukt worden waardoor ik de prints niet langer hoef te kleven op de drager, aangezien ze zelf reeds de drager zijn en ik dus veel directer kan werken. Het maakt me ook veel mobieler aangezien ik mijn potloden, pastels en inkten in een handig koffertje meeneem naar mijn tuin of woonkamer en niet zozeer gebonden ben aan mijn atelier, waar ik me kan omsingelen met verf en de bijhorende verfplekken.
De laatste maanden experimenteerde ik met diverse papiersoorten en ICC-profielen (afdruk-profielen die aan individuele papiersoorten gebonden zijn om de beste resultaten te leveren) om me er daarna met acryl- en aquarelinkten, kleurpotloden en oliepastels op uit te leven. De resultaten kan je op deze website bezichtigen. 

Gezien ik de fotocollage van elk schilderij digitaal heb bewaard, beschik ik over een ruim aanbod aan mogelijke werken op papier. Het is dan ook heel interessant om de fotografische fundamenten van reeds bestaande werken, opnieuw te gebruiken en nieuwe werken op te bouwen, werken die jaren na hun premiere, een heel andere opbouw krijgen. Zoiezo kan geen enkele lijn nogmaals dezelfde zijn, en het feit dat ik diverse afdrukken kan maken van dezelfde fotocollage, verlicht de druk om één definitieve versie te bepalen. Die vrijheid zet zich om in een spontanere beeldvorming, iets wat op zich enorm interessant is. Soms neem ik ook slechts een fragment uit een bestaande fotocollage, waardoor de verhoudingen tot het kader zo anders zijn, dat de opwerking ook volledig anders gebeurd. Terwijl ik dit neerschrijf tintelt de drang om opnieuw een werk op papier te maken. Ik neem aan dat schrijvers van erotische verhalen ook geil worden. Alleszins ga ik het hierbij laten, genoeg gebabbeld. De rest van de dialoog voert u maar met de resultaten.

Gilles Van Schuylenbergh

 

Facebook Twitter Pinterest Flickr Instagram LinkedIn share
online portfolio